Artikel door Nick Meynen; gepubliceerd in het Oikos magazine van September 2016 (niet toegangelijk voor niet-leden)

Op VN niveau zijn landen het al sinds 1992 eens rond een principe: de vervuiler betaalt. In de praktijk komt het nog te vaak voor dat vervuilers rechters, getuigen, spionnen en moordcommando’s betalen om de slachtoffers van hun vervuiling de mond te snoeren. Exemplarisch is de zaak Ecuador vs Chevron. De atlas van milieuconflicten ordent informatie over bijna 2000 milieuconflicten. De ecologische economen achter deze database verbinden die conflicten met ons economisch model en zien nood aan een alliantie tussen de beweging voor milieurechtvaardigheid, die vooral in het Zuiden sterk is, en de academische wereld van degrowth denkers, die vooral in het globale Noorden open bloeit.

Texaco (nu Chevron) veroorzaakte in het Ecuadoraanse regenwoud een van de grootste olierampen in de wereldgeschiedenis. Miljarden liters smurrie, vervuild met chemicaliën en olie, lekte en lekt nog steeds uit honderden slecht gemaakte opslagbekkens. Een gebied Amazonewoud groter dan Luxemburg is als een uitdijende olievlek. Het land Luxemburg, niet de stad. Dit heeft al meer dan 1000 doden tot gevolg en maakt nog meer mensen ziek.

Het bedrijf trok zich drie decennia geleden terug, maar hun toxische puinhoop blijft ook vandaag nieuwe slachtoffers maken. Na twee decennia strijd in de rechtbank verloor Chevron en werd het door het allerhoogste gerecht verplicht om meer dan 9 miljard dollar te betalen voor een grootschalige opkuis (door interesten is dat bedrag nu al boven de 11 miljard dollar opgelopen). Alles werd gedocumenteerd in meer dan 200.000 pagina’s die de volledige rechtszaak in Ecuador omvatten. De 30.000 Afectados (getroffenen) zullen van dit bedrag niet rijk worden, het is een fractie van wat ze vroegen en zal enkel de schade grotendeels herstellen en een bescheiden bedrag aan zieken geven.

In plaats van te betalen beloofde Chevron de slachtoffers een leven van rechtszaken. De woordvoerder van Chevron voegde eraan toe: “Tot de hel bevriest. En daarna vechten we verder op het ijs”. Aangezien Ecuador in eigen land geen deurwaarder op pad kan sturen (alles dat waarde heeft werd al jaren voor de uitspraak uit Ecuador teruggetrokken) starten de advocaten rechtszaken in landen waar Chevron nog eigendommen heeft.

Julio Prieto vertegenwoordigt de 30.000 Ecuadorianen in de rechtszaken buiten Ecuador zelf. Julio: “Als we in Canada het vonnis van het Ecuadoriaanse hooggerechtshof kunnen uitvoeren zou dat een grote klap voor Chevron betekenen, aangezien het bedrijf in Canada voldoende kapitaal heeft om de boete te betalen.” Het Canadese hooggerechtshof sprak zich al positief uit: de advocaten kunnen in theorie in Canada beslag op Chevron’s kapitaal leggen.

Ook in Brazilië en Argentinië zijn er kansen om beslag te leggen op alle Chevron eigendommen met waarde. In Argentinië baande het hooggerechtshof in een totaal andere rechtszaak het pad. Omdat de consequentie van die uitspraak is dat Chevron zijn akkoorden met een staatsbedrijf in Argentinië publiek moet maken zal ro ook de omvang van de eigendommen van Chevron in Argentinië duidelijk worden. Argentinië erkent de rechtspraak van Ecuador, dus ligt ook hier de weg open. Maar een proces voeren kost wel nog altijd tijd en geld en Chevron doet er altijd alles aan om beiden zo hoog mogelijk op te drijven.

Schuldig bedrijf gaat in de tegenaanval

Maar dit verhaal gaat over veel meer dan een geïsoleerde case van de vervuilde die met zijn leven betaalt, in plaats van de vervuiler die met zijn geld betaalt. Chevron ‘inspireert’ ook andere grote bedrijven om in de tegenaanval te gaan. Steven Donziger, de advocaat die in de VS de belangen van de 30000 slachtoffers in Ecuador op zich neemt, werd in een schandalig proces tot het betalen van 60 miljard dollar veroordeeld, het grootste bedrag ooit. Chevron maakte daarvoor gebruik van Amerikaanse Racketeer Influenced and Corrupt Organizations (RICO) wetgeving, die bedoeld is tegen afpersing en maffia. In beroep werd dit teniet gedaan, omdat de betrokken en partijdige rechter de normale rechtsgang met de voeten had getreden.[i]

Chevron viel gewoon opnieuw aan, nu met één kroongetuige die nadien erkende dat hij met 2 miljoen dollar omgekocht was[ii]. Ook dat is in beroep maar nog voor de uitspraak er kwam werd het voor de betrokkenen duidelijk dat ook deze RICO aanval van Chevron een stille dood zal sterven. Want eind juni sprak het hoogste gerecht in de VS zich uit over het gebruik van RICO cases door bedrijven.[iii] Die uitspraak is enkel een bevestiging dat Chevron zijn zaak zal verliezen.

Maar Chevron verplicht ondertussen de slachtoffers wel om voortdurend tijd en energie te steken in de verdediging. Een laboratorium dat hielp bij het verzamelen van bewijs werd ook voor het gerecht gesleept. In totaal spande Chevron meer dan dertig rechtszaken aan in wat misschien wel de meest uitgebreide legale tegenaanval van een veroordeeld bedrijf ooit is.

Ik sprak de afgelopen jaren uitvoerig met zowel Julio Prieto als Steven Donziger over deze zaak en beken dat ik betrokken partij ben. Mijn werkgever, de European Environmental Bureau[iv], sloot een contract af met de Nederlandse crowdfunding organisatie Grrrowd om in 2016 geld in te zamelen voor de twee Ecuadoreaanse advocaten van de slachtoffers van Chevron in Ecuador: Julio Prieto en Pablo Fajardo[v]. We kozen precies deze zaak uit omdat ze op veel vlakken een schoolvoorbeeld vormt van een patroon dat we wereldwijd zien groeien.

Chevron’s conflict in Ecuador is slechts één van de 30 conflicten met lokale gemeenschappen die Chevron wereldwijd heeft. Een Chevron-kaart bomvol informatie over die 30 conflicten werd gepubliceerd op de globale Atlas of Environmental Justice[vi]. Van Brazilië over Colombia, de Shetland eilanden en Roemenië tot de Niger delta en Thailand: overal zijn gemeenschappen in conflict met Chevron. De uitkomst van de Ecuador vs Chevron zaak zal een wereldwijde impact, omdat de getroffenen elkaar steeds beter kennen en van elkaar leren.

De Atlas of Environmental Justice[vii] of EJAtlas draagt er toe bij dat de getroffenen uit vier windstreken elkaar leren kennen. Ze vloeit voort uit een wereldwijde samenwerking tussen wetenschappers en activisten waar deze auteur ook deel van uit maakt. De EJAtlas omvat nu al meer dan 1800 milieuconflicten en over elk conflict leveren de bijna 100 parameters zo’n 4 à 5 pagina’s informatie op. Activisten gebruiken deze Atlas soms ook als ‘cover’ tegen binnenlandse repressieve actoren: hun aanwezigheid op de atlas en rol in een globaal netwerk maakt het vaak moeilijker voor lokale autoriteiten om de activisten onder de mat te vegen.

Zo was er het voorbeeld van een Albanese activist die in Montenegro in de gevangenis belandde omwille van zijn protesten. Een stad in Montenegro had beslist om een nieuwe afvalsite aan te leggen en koos daarvoor een wel erg betwiste locatie: een 3000 jaar oude Albanese nederzetting waar de Albanese minderheid erg aan gehecht was. Net toen ik met de activist in contact was om zijn case op de atlas te zetten werd hij gearresteerd. Gelukkig was de tussenpersoon een journaliste. Zij hield me op de hoogte, ik publiceerde snel een bericht op onze website en zette de case op de atlas. Zij deed de rest: vertalingen en publicaties in de lokale media. De boodschap daar was: in Brussel zijn ze op de hoogte en zijn ze niet te spreken over deze mensenrechtenschendingen. Montenegro zocht toen lidmaatschap van de EU en dit soort berichten komt daar dan wel erg slecht uit. Toeval of niet: de man werd plots vrijgelaten. De lokale journalist beweert dat het feit dat de case op de atlas stond en dat we er in Brussel over protesteerden een impact op de lokale burgemeester had gemaakt, die onder druk stond om de kandidatuur voor Europa niet moeilijker te maken.

Het antwoord op de tegenaanval van oliebedrijven en op lokale repressie door de staat is hetzelfde: de waarheid aan het licht brengen en tonen dat je niet geïsoleerd staat maar deel uitmaakt van een globaal netwerk dat perfect in staat is om plots zijn pijlen op één geval van onrecht te richten. Dat kan vaak erg vervelend zijn voor de betrokken autoriteiten, bedrijven en hun financiers. Het probleem van milieuvervuilende multinationals is dat het verzet niet meer zo lokaal geïsoleerd staat als voor de komst van het internet en sociale media. Het is wel een kwestie van die intensief, doelgericht in te zetten en een voldoende solide en grote structuur te bouwen die maakt dat de strijd tot het einde door kan gaan.

Hedendaagse helden

Julio Prieto is een bescheiden advocaat in jeansbroek. Julio: “Chevron behandelt ons als terroristen. Door hun dreigementen om iedereen die ons financiert voor de rechter te dagen droogden onze fondsen op en moesten we ons al kleine juridische team ontbinden. Maar ze onderschatten onze wil om deze strijd te voeren tot we winnen. Eenmaal je met de mensen ter plekke gewerkt hebt, hun lijden kent en doordrongen bent van het enorme onrecht dat hen aangedaan word, is er gewoon geen weg terug.”

De dreiging werd soms erg persoonlijk. In de eerste week dat Julio aan de zaak begon werd er bij hem ingebroken. Hij en Pablo trokken naar het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens, dat de Ecuadoriaanse regering verplichtte om hen van de nodige beveiliging te voorzien. Julio: “Maar we moesten de veiligheidsagenten ook van voedsel en onderdak voorzien, en dit konden we simpelweg niet betalen.” In één appartement vonden ze afluisterapparatuur. Hun website krijgt dagelijkse cyberaanvallen te verwerken, waardoor ze ook een IT expert onder de arm moesten nemen. De tegenaanval van Chevron lijkt zich niet te beperken tot de rechtbank zelf.

Steven Donziger vertelt over zijn ervaringen als doelwit in de vuurlinie van Chevron. “In 2009 realiseerde het bedrijf dat het op de grond van de zaak altijd in een slecht daglicht zou staan. Ze veranderden het geweer van schouder en huurder zes PR bedrijven en een groot advocatenkantoor in – waar ze in totaal al meer dan een miljard dollar aan betaalden. Zwart maken in de pers, intimideren, voor de rechter slepen,… sindsdien voeren ze oorlog tegen de slachtoffers die ze al gemaakt hebben. Het gebruik van overweldigende macht tegen een onnoemelijk kleinere vijand in de hoop dat die de aftocht blaast heeft een naam: dit is de militaire Shock and Awe doctrine die de VS bijvoorbeeld in Irak toegepast hebben.”

Rechter Kaplan die Steven Donziger voor afpersing veroordeelde bleek achteraf persoonlijke investeringen[viii] in Chevron te hebben, waar hij geen kennis van had gegeven. Zijn poging om de uitvoering van het order van het Ecuadoriaanse Hooggerechtshof wereldwijd te verbieden werd in het buitenland weggelachen en in de VS zelf in beroep teniet gedaan. Dezelfde rechter Kaplan trok het proces tegen Steven tegen de procedure in naar zich toe, liet het vervolgens doorgaan zonder jury, dwong hem om 19 dagen ipv de normaal toegestane 1 dag te getuigen, noemde de Ecuadorianen de ‘zogezegde slachtoffers’ en liet geen pagina van de 200.000 pagina’s bewijsmateriaal toe. Hoewel de VS een handelspartner van Ecuador is erkende hij het gerecht van Ecuador gewoon niet. Kaplan gaf een voormalige zakenpartner en nauwe vriend een rol in het proces, die voor 100% door Chevron betaald werd.

De slachtoffers hebben geen vertrouwen meer in de rechtspraak van de VS. Maar in totaal spraken al 18 rechters van beroepsgerechtshoven in Ecuador en Canada zich over de grond van de zaak uit – 18 keer in het voordeel van de slachtoffers. Donziger is er rotsvast van overtuigd dat met het recht aan hun zijde, de overwinning een kwestie van tijd is. “Chevron is een slachtoffer van zijn eigen wereldbeeld. Hun managers kunnen zich gewoon niet inbeelden dat arme dorpelingen uit het regenwoud voldoende intelligentie, sofisticatie en doorzetting zullen hebben om te winnen van een van ’s werelds meest machtige bedrijven.”

Chevron zou nochtans beter kunnen weten. Van de 31 conflicten waar ze in betrokken zijn, zijn er zes waar de gemeenschappen die het voor de natuur opnemen aan het langste eind trokken. Dat is in lijn met de cijfers voor heel de atlas. Van de bijna 1800 conflicten zijn er meer dan 300 een succesverhaal voor milieurechtvaardigheid, terwijl bij 600 anderen de uitkomst nog onduidelijk is.

Eén van de succesverhalen is dichter bij huis: een conflict van Chevron binnen de EU. In 2010 tekende Chevron een contract met de Roemeense overheid voor de verkenning naar schaliegas. Toen het bedrijf in 2013 wou beginnen met boringen werden ze geconfronteerd met wegversperringen van lokale inwoners, die zich tegen die tijd over de problemen met fracking en schaliegas geïnformeerd hadden. De politie trad hard op, sloeg 30 a 40 mensen in elkaar en sloot een stukje Roemenië hermetisch van de buitenwereld af.[ix] Maar de protesten bleven duren. Putje winter is Roemenië een diepvries, maar één Roemeen besloot in reactie aan een hongerstaking op het plein voor het parlement te beginnen. Alexandru Popescu stopte pas na twee weken en was blijkbaar onvoldoende verzwakt om daarna aan een mars naar Brussel te beginnen. Zo’n 2900 km wandelen later ontmoette ik hem op het plein voor het Europese Parlement, waar hij zonet gehoor had gevonden bij een paar Europese Parlementsleden van De Groenen en van Unitair Links/Noords Groen Links. Zijn stunt leverde ook persaandacht in Roemenië op en op 20 februari 2015 verklaarde Chevron dat het zijn operatie in Roemenië zal stop zetten door de slechte resultaten enerzijds en de protesten van activisten anderzijds. Meer details in mijn interview met Alexandru dat op Naomi Klein’s blog verscheen.[x]

Van aparte conflicten naar politieke ecologie

De EJAtlas is meer dan een instrument voor activisten. Ecologische economen gebruiken de atlas ondermeer om aan statistieke politieke ecologie doen. Ze kunnen zo patronen blootleggen, met empirisch bewijsmateriaal, die ons iets leren over de relaties tussen ons economisch systeem en een hele reeks conflicten waar het milieu in de vuurlinie staat. Hun onderzoek legt de ecologisch ongelijke ruil en de scheve machtsverhoudingen op wereldschaal bloot. Het is zoals de verhouding tussen het weer en het klimaat. Elke storm apart is niet door klimaatverandering alleen uit te leggen. Maar de gecombineerde sterkte en frequentie van alle stormen samen zegt wél iets over het klimaat.

Geofysische wetenschappers zijn het eens dat de meerderheid van de huidig bekende voorraden fossiele brandstoffen in de grond zouden moeten blijven. In hét wetenschapsblad van alle aardwetenschappen, nature[xi], zeggen de auteurs zelfs dat vooral de onconventionele brandstoffen in de grond moeten blijven. Anders is er geen hoop om het klimaatprobleem onder controle te houden. Maar anders is er ook geen hoop voor de miljarden die in de periferie van de wereld wonen, op plaatsen waar het vroeger nog ondenkbaar was om er aan ontginning te doen. Plaatsen waar de steeds verder oprukkende frontlijnen van ontginning nu wél naar toe moet, om aan de nood aan een constant stijgende toevoer van zowel energie als materialen te voldoen.

De activisten in Roemenië of in Ecuador lezen het blad nature niet en ze komen ook niet in actie omwille van klimaatverandering. Ze komen in actie tegen onrecht die hun leefgebied zwaar aantast. Maar hun acties zijn wel in lijn met wat wetenschappers, van aardwetenschappers tot ecologische economen, zeggen dat nodig is. Zij houden de olie in de grond, het gas onder het gras, de kolen in de holen. Het is vanuit die vaststelling dat steeds meer mensen zich afvragen hoe die twee positieve krachten nog beter samen kunnen komen: die van de ecologische economie enerzijds en die van de environmental justice actiegroepen in het globale Zuiden anderzijds.

De Ying en Yang van het globale verzet

Aan de ene kant heb je een kleine maar groeiende in hoofdzaak Westerse elite van academici die zich verenigen in bijvoorbeeld de degrowth beweging: een verzameling van vooral ecologische economen die de energie- en materialenstromen over de hele aarde in kaart brengen en die daaruit concluderen dat het metabolisme gewoon te hoog is. Degrowth economen zeggen dat we voorbij de reductie van extreme armoede ook naar de reductie van extreme rijkdom moeten kijken. In 1980 verdiende een CEO 30 keer meer dan het werkvolk, maar vandaag is dat een Middeleeuwse 300 keer meer.[xii] Daarmee kopen steeds meer mensen dingen die ze niet nodig hebben om mensen te imponeren die ze niet kennen met geld dat ze niet hebben – zoals Tim Jackson het goed samenvatte. Degrowthers stellen voor om te evolueren van groei van het BNP naar groei in welzijn voor iedereen en om de taart eerlijker te verdelen zullen sommige mensen gewoon wat minder taart moeten eten/verspillen. De enige rechtvaardige overlevingsstrategie voor de mensheid is minder vraag naar eindige grondstoffen en onhernieuwbare energie creëren, op een radicaal sociaal verantwoorde manier. De degrowth en politieke ecologie debatten zijn zowel diepgroen als donkerrood.

Aan de andere kant heb je steeds meer gemeenschappen die de eerste slachtoffers van onze overconsumptie zijn, die overal in de frontlijn staan en die met de directe gevolgen geconfronteerd worden en zich daartegen verzetten. Zij vormen de meest natuurlijke coalitiepartners van deze degrowth beweging. De open bloeiende relatie tussen deze twee sferen is tevens het onderwerp van een nieuw vijfjarig onderzoeksproject onder leiding van de eminente professor in de ecologische economie Joan Martinez-Alier: EnvJustice.[xiii]

De feiten waarop zowel activisten als academici zich baseren om een wereldwijde strijd met het huidige neoliberaal kapitalistisch economisch model aan te gaan zijn duidelijk. Professor Alf Hornborg van de universiteit van Lund rekende uit dat Europa al eeuwen een netto importeur van natuurlijke grondstoffen is, een positie die het ook na de dekolonisatie wist te behouden en die zelfs nog aan het versnellen is. Als de wereld een mensenlichaam zou zijn, dat is de EU ’s werelds grootste bloedzuiger.

Dat het volume van de wereldhandel vooral na de tweede wereldoorlog explodeerde – maal 17 sinds 1945 – staat niet los van een economisch systeem dat gericht is op een jaarlijks stijgend consumptieniveau. Elk jaar moet de bloeddruk verder omhoog, moet de “zuurstof voor de economie” sneller circuleren. Elk jaar moeten nieuwe bloedverdunners zoals TTIP de nog resterende barrières helpen overwinnen. Ergens zegt het lichaam of ecosysteem dat het te snel gaat, dat het metabolisme te hoog ligt. Het is op de zwakste plekken dat je dit eerst ziet, maar uiteindelijk gaat heel het lichaam of ecosysteem eraan kapot.

In plaats van het collectief van radicale actiegroepen die overal ter wereld letterlijk stokken in de wielen van onze economische motor steken te behandelen als bekrompen NIMBY (Not In My Back Yard) activisten die niet voor rede vatbaar zijn – zouden we er goed aan doen om hun strijd binnen de context van een ontspoorde wereldeconomie te zien. Ter verrijking van onze woordenschat stel ik voor om hen geen NIMBYs maar NIMEYs te noemen: Not in My Earth Yard. Dan is meteen duidelijk waar ze deel van uit maken, als helden in een globale strijd die ons allemaal aanbelangt.

Meer informatie

De crowdfunding voor Julio Prieto en Pablo Fajardo, die de strijd voor rechtvaardigheid van 30.000 getroffen Ecuadoreanen voorzetten, kun je hier al vanaf 5 euro steunen: http://www.thecrowdversus.com/

Op 17 november 2016 zal in het Thon Hotel in Brussel een speciale cocktailparty ten voordele van de advocaten georganiseerd worden. Key note speakers zijn Steven Donziger en een van de meest vooraanstaande milieuadvocaten van België: Peter De Smedt. In een gezellige sfeer met drank en hapjes zullen zij kort de Chevron zaak en de mogelijkheden tot vervolging van milieuvervuilende multinationals in België toelichten. Inschrijving is verplicht op http://bit.ly/2a4r8Mz Alle winst gaat naar de twee advocaten in Ecuador die de zaak tegen Chevron lijden.

In januari 2017 verschijnt het boek “Frontlijnen. Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie” (Uitgeverij EPO) van Nick Meynen. Het bredere thema van dit artikel, de wereldwijde milieu-strijd, hoe die nauw verbonden is met ons huidig politiek-economisch model en hoe we uit de impasse kunnen raken is ook het thema van dit boek.

http://bit.ly/29It7Ra

Nick Meynen is auteur, journalist en milieuactivist voor de European Environmental Bureau. Deze en andere activiteiten als activist maken voor hem deel uit van een grotere strijd voor een meer rechtvaardige samenleving die bloeit binnen de grenzen die het ecosysteem aarde ons duidelijk maakt. In zijn vrije tijd verkent hij graag de grillige grenzen van de aardplaten.

[i]
[i] http://chevrontoxico.com/assets/docs/2014-chevrons-mockery-of-justice.pdf

[ii]
[ii] http://www.commondreams.org/news/2015/10/27/yes-i-lied-vindicating-villagers-star-chevron-witness-busted-perjury

[iii]
[iii] http://www.csrwire.com/press_releases/39075-U-S-Supreme-Court-Deals-Blow-to-Chevron-on-Ecuador-Pollution-Case-In-Latest-RICO-Decision

[iv]
[iv] http://www.eeb.org/

[v]
[v] http://www.thecrowdversus.com/

[vi]
[vi] http://ejatlas.org/featured/chevronconflicts

[vii]
[vii] http://ejatlas.org/

[viii]
[viii] http://www.csrwire.com/press_releases/37478-U-S-Judge-Kaplan-Held-Investments-In-Chevron-When-He-Ruled-for-Company-In-Ecuador-Pollution-Dispute

[ix]
[ix] http://www.ejolt.org/2013/12/rosia-montana-is-saved-but-fractivists-in-romania-still-under-attack-from-chevron/

[x]
[x] http://theleapblog.org/no-to-cyanide-and-fracking-from-romania-to-brussels/

[xi]
[xi] http://www.nature.com/nature/journal/v517/n7533/abs/nature14016.html

[xii]
[xii] http://www.epi.org/publication/ceo-pay-has-grown-90-times-faster-than-typical-worker-pay-since-1978/

[xiii]
[xiii] http://ejolt.org/